Elementair ABC


 

In Nederland mag iedereen zwemles aanbieden en een zwemdiploma uitgeven. Dit is namelijk niet wettelijk geregeld. De verschillende zwemdiploma’s leiden helaas niet altijd op tot dezelfde Zwemveiligheidsnorm.

 

Wij hebben echter de Licentie Zwem-ABC en worden elk jaar onafhankelijk getoetst op een groot aantal kwaliteitscriteria door de stichting Nationaal Platform Zwembaden | NRZ. Zo weet je als ouder zeker dat de zwemlessen en het zwemdiploma voldoen aan de Nationale Zwemveiligheidsnorm en leg je de basis voor een leven lang zwemplezier en –veiligheid.

 

Dit geeft je als ouder/verzorger 4 zekerheden:

 

  • Gediplomeerde en gekwalificeerde zwemonderwijzers, zodat je kind in veilige handen is en met plezier naar zwemles gaat. Zo werken de zwemonderwijzers volgens de Gedragscode Zwembranche, hebben een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en blijven bijgeschoold.
  • Je kind ontvangt de Nationale Zwemdiploma’s van het Zwem-ABC. Deze diploma’s voldoen aan de Nationale Zwemveiligheidsnormen. Dit officiële diploma wordt bijvoorbeeld erkend door brandweer, politie en sportopleidingen voor de uitoefening van verschillende beroepen.
  • De zwemlesaanbieder hanteert een helder beschreven zwemlesmethode, zodat je kunt bepalen welke aanbieder het beste bij jouw kind past. Tijdens de zwemles wordt je als ouder ook goed op de hoogte gehouden van de vorderingen van je kind.
  • Een constante kwaliteit van de zwemlesaanbieder, geborgd door onafhankelijke jaarlijkse controle en toetsmomenten bij het diplomazwemmen.

 

Dus: kies bewust en ga voor zekerheid.

 

In de opleiding voor het Zwem-ABC zullen kinderen drie keer gaan afzwemmen. Eerst voor het A-, dan voor het B- en tenslotte voor het C-diploma. Elk diploma betekent dat een kind een bepaalde vaardigheid in het water heeft. De A staat voor aanleren van de beenslag en het geheel watervrij zijn. De B staat voor beter waarbij de zwemslagen worden uitgebreid, en de conditie verhoogd. De C staat voor compleet, waarbij alle slagen goed worden beheersd en men een behoorlijke conditie heeft opgebouwd in het water. Om de veiligheid te waarborgen is het belangrijk dat kinderen het Zwem-ABC helemaal afmaken. Want pas na het behalen van het diploma C kun je zeggen dat ze echt ‘zwemveilig’ zijn.
 
Leren zwemmen volgens het Zwem-ABC is meer dan een kunstje leren om vooruit te komen. Vanaf het begin van de zwemlessen wordt er veel tijd besteed aan het vertrouwd raken met het water. Dat gebeurt op allerlei manieren, die soms de indruk wekken dat er in de zwemles alleen maar gespeeld wordt. Het tegendeel is waar. Alle oefeningen en spelletjes zijn erop gericht kinderen zoveel mogelijk bewegingservaringen op te laten doen in het water. Het plezier in het oefenen is daarbij heel belangrijk. Kinderen beheersen in die fase nog niet de techniek van een zwemslag, maar leren stapje voor stapje, toch al hoe ze zichzelf kunnen redden.
 
Pas als kinderen zich echt prettig en veilig voelen, wordt begonnen met het aanleren van de schoolslag en de enkelvoudige rugslag. Nieuw is dat kinderen bij het Zwem-ABC ook de eerste beginselen van borstcrawl en rugcrawl leren. Door de hele opleiding van het Zwem-ABC worden de kinderen steeds meer bedreven in de ‘red-jezelf’-aspecten.
 
 

Kijkles

 
1 keer in de 2 maanden is het kijkles. Kijkles is het openstellen van de deuren waarmee we iedereen de kans geven om te zien hoe het er tijdens de lessen aan toe gaat. Tijdens deze kijklessen kan men ook aan de uurleiders, herkenbaar aan het donker blauwe shirt, vragen stellen over de vorderingen van uw kind. Natuurlijk zijn ook opa’s, oma’s en andere familieleden van harte welkom om de zwemmers te komen bewonderen. Tevens is het de bedoeling dat alle kinderen zwemmen met een t-shirt aan, om vast te wennen aan het zwemmen met kleding voor het A/B/C. De data van de kijlessen staan op de homepagina.

 

Badindeling

 
Voordat we iets over de badindeling vertellen, willen we het eerst even hebben over het ontstaan hiervan.
De Gemertse Watervrienden geeft volgens de Kurt Wiessner methode zwemles. Deze methode gaat er vanuit dat de mens een persoonlijkheid is en in allerlei opzichten van zijn medemens verschilt.
 
Als de mens zich beweegt is het niet zijn lichaam maar de mens die handelt. Het zwemmen moet hierbij aangepast worden dus geen uniforme precies gelijke beweging, uitgevoerd op commando.
Spelenderwijs wordt de mens vertrouwd gemaakt met de voor hem vreemde eigenschappen van het water. Door dit spel kan de mens zich uitleven en omgekeeerd stimuleert de aktie in het spel de natuurlijke groei en ontwikkeling. Enkele kenmerken die deze methode met zich voortbrengen:
 
- het lesgeven gebeurt zonder gebruik te maken van hulpmiddelen.
- de leerkracht bevindt zich tijdens het lesgeven zoveel mogelijk in het water.
- spelenderwijs overbrengen van de leerstof.

Voor de grootste groep zwemmers binnen de Gemertse Watervrienden , vindt de zwemles elke zaterdag plaats van 8.30 tot 11.10 waarbij het zwembad is opgedeeld in 5 gedeelten waar elementaire zwemles wordt gegeven. Kinderen vanaf 4,5 jaar kunnen hier de basis voor het zwemmen leren. . Om de bovengenoemde manier van lesgeven goed tot zijn recht te laten komen, is er een verdeling in het bad gemaakt.  De indeling van het bad is als volgt:



Bad 1:
 
In bad 1 leren we de kinderen op een speelse manier om vertrouwd te raken met het water. Ze oefenen om met het gezicht onderwater te gaan en om te drijven op de rug en op de buik, tevens oefenen ze met het gecontroleerd springen in het water vanaf de kant. Wanneer al deze elementen voldoende onder controle zijn dan mag het kind verder naar bad 2 en krijgt het als beloning een “Eendjes-diploma”.


 
Bad 2:
 
In bad 2 leren we  de kinderen om hun pas verworven vaardigheden verder te optimaliseren, en wordt er begonnen met het aanleren van de beenslag voor de schoolslag en de beenslag van de rugslag. Ook wordt er in dit bad begonnen om het basis principe van de borst- en rugcrawl onder de knie te krijgen. Indien deze vaardigheden voldoende worden getoond is het kind klaar om door te gaan naar bad 3 en krijgt het als beloning een “Kikker-diploma”.


 
Bad 3:
 
In bad 3 werken we verder aan de voltooiing van een correcte school- en beenslag en leren ze om de armen bij de schoolslag te gebruiken. Ademhaling op de juiste manier is hierbij van belang. In dit bad moeten de kinderen laten zien dat ze een hele baan (korte kant) op de rug kunnen zwemmen, en een halve baan op de buik met het gezicht in het water. Als de kinderen dit onder de knie hebben krijgen ze het “Visjes-diploma” en  mogen ze door naar het “diepe” bad 4.


 
Bad 4:
 
Bad 4 is het eerste bad waar de kinderen géén vertrouwde bodem meer onder de voeten hebben en dus niet meer kunnen staan. In dit bad begint het echte zwemmen vorm aan te nemen en leren ze, in eerste instantie met behulp van kurkjes, om met het gezicht boven water de schoolslag te zwemmen. Ook op de rug dienen de kinderen op een goede manier de hele baan te kunnen zwemmen. Naast de school- en beenslag wordt er verder gewerkt aan de borst- en rugcrawl, en leren de kinderen om te watertrappen. Wanneer ze dit alles goed onder de knie hebben mogen ze ook vast een keer oefenen  om onderwater door het gat te zwemmen, wat een eis is bij zwemdiploma A. Als beloning krijgen ze het “Dolfijn-diploma” en kunnen ze beginnen met het oefenen voor het A-diploma.


 
Bad 5:
 
Bad 5 is opgedeeld in 3 banen, waarbij we in elke baan de kinderen voorbereiden op het behalen van een diploma respectievelijk A, B en C. Voor de diploma’s gelden verschillende eisen welke zijn weergegeven onder het kopje "Elementair ABC". De reguliere lessen voor het ABC worden gegeven op de zaterdagmorgen van 8.30 – 11.10.

  


 
Terug naar boven